Netherlands Institute for Radio Astronomy
Radioastronomie is een onderdeel van de astronomie dat, zoals de optische astronomie, de hemellichamen (planeten, sterren, melkwegstelsels, enz.) bestudeert door het licht te 'vangen' dat deze uitzenden, maar dat, in tegenstelling tot in de optische astronomie, niet met onze ogen is te zien. Radioastronomen detecteren de radio-emissies van deze objecten met behulp van hun instrumenten (radiotelescopen). Radioastronomen luisteren niet naar de hemel! Radio-emissie en geluid zijn verschillende verschijnselen.
Radio-emissie, alsook zichtbaar licht, bestaat uit elektromagnetische golven. Radiogolven uit de hemel worden niet in geluid omgezet. Als wij dit zouden doen, dan zouden wij alleen maar geruis krijgen (met uitzondering van de pulsars). Radiogolven worden daarentegen opgenomen door een computer en na complexe gegevensbewerkingen in de computer wordt een afbeelding geproduceerd.
Het verschil tussen radiogolven en zichtbaar licht is dat radiogolven langere golflengten hebben. Zichtbare lichtgolven zijn elektromagnetische signalen met een golflengte van minder dan éénmiljoenste meter, terwijl radiogolven een golflengte hebben van slechts enkele millimeters tot enkele meters. Daarom zijn radiogolven tot één miljoen keer langer!
Een schematische weergave van het elektromagnetische spectrum met alle golflengten zoals bestudeerd door de astronomie (de lengte van de golven is niet op schaal). De optische astronomie bestudeert slechts een klein deel (veel kleiner dan in de plottekening) binnen het elektromagnetische spectrum.
Zichtbaar licht vormt slechts een klein deel van het bereik in golflengten, waarin elektromagnetische golven kunnen worden geproduceerd. Hoewel wij de overige golflengten (radio, röntgenstraling, ultraviolet en infrarood) niet kunnen zien, zijn deze erg belangrijk voor de astronomie. Er zijn hemellichamen die op deze golflengten krachtigere en ronduit spectaculaire signalen uitzenden; in de laatste 40 tot 50 jaar kwamen astronomen voor tal van verrassingen te staan bij hun hemelobservaties op deze golflengten! Dat (sommige) hemellichamen radiogolven uitzenden is een ontdekking die pas is gedaan: de eerste radiogolven van een hemellichaam werden pas in 1932 ("per ongeluk, expres") door Karl Jansky opgevangen en deze bleken uitgezonden te worden vanuit het hart van ons melkwegstelsel.
Pas na de Tweede Wereldoorlog ging de radio-astronomie een rol van betekenis spelen. Dit had vooral te maken met de technische ontwikkeling van de radiocommunicatie en radar. Deze technologieën staan namelijk in nauw verband met de radio-astronomie en zijn nodig om goede "afbeeldingen" van radiogolflengten te verkrijgen.
Ga verder: Waarom observeren op radiogolflengten?